Je leert je mentor gelijk bij het begin van het schooljaar kennen. Zeker in de eerste twee jaar zie je je mentor veel. Naast het mentoruur met je mentorklas, spreek je je mentor ook elke week tijdens een van de coachuren. Daarnaast zijn er in de brugperiode (klas 1 en 2) juniormentoren. Dat zijn derdejaars die de mentor ondersteunen. Zij volgen lessen in het onderbouwhuis net als de brugklassers en zijn daarom makkelijk te vinden als je een vraag hebt.

Je mentor heeft ook contact met je ouders en met andere betrokkenen. Bijvoorbeeld met docenten als er in de les iets niet goed gaat. Twee keer per jaar heb je met je ouders een mentorgesprek, waarin jij, je ouders en je mentor praten over hoe het gaat. Zou wat extra ondersteuning of een training kunnen helpen om met meer plezier naar school te gaan? Dan weet de mentor precies waar je die kunt vinden.

Kom je dus ergens niet uit, dan kan je mentor je helpen.